De Sint Janskruisgang

De Sint Janskruisgang beslaat de voormalige binnenplaats van het paleis van kardinaal Aubert die paus Innocentius VI zou worden. Op dit hoogste punt bevonden zich de dorsplaats en de korenschuur, die Aubert had verworven om er zijn woning te laten bouwen. Nadat deze door brand was verwoest, had zijn achterneef van Aubert vrij spel om er bij de “tweede stichting” twaalf monnikencellen te vestigen (zie geschiedenis van het monument).
 
Cloître St-Jean

Midden op de binnenplaats staat de aedicula in Ionische stijl die uit het einde van de 18e eeuw dateert. Waarschijnlijk is dit het werk van atelier Franque uit Avignon. Naast de opmerkelijke stereotomie (steenhouwtechniek) is het bouwwerk interessant omdat het onvoltooid is.
Het bekken dateert uit de 17e eeuw.

 Cloître St-Jean

De fontein vormt het centrum van een leidingnet dat het hele kartuizerklooster van water voorzag. Het water dat werd opgevangen op een heuvel boven Villeneuve (op een plaats die l'Hermitage werd genoemd), stroomde onder invloed van de zwaartekracht via een ondergrondse leiding en via een aquaduct naar beneden. Vanaf het bekken van de fontein voorzag een ondergrondse leiding, de grote kruisgang , de binnenplaats van de koster en  het kwartier van de lekenbroeders van water. Dit stroomde door de cellen via geulen, uitgehold in de stenen.
Voor de bevloeiing van de tuinen, beschikten de kartuizers over een noria (put met scheprad) die zich in de noordwestelijke hoek van het kloostercomplex bevond

 
De Sint Janskruisgang ligt wat hoger. De lucht heette er zuiverder de zijn en daarom was deze bestemd voor de oudere monniken. Na de revolutie vormde dit deel de kern van een wijk van Villeneuve-lès-Avignon waar ongeveer 300 gezinnen leefden.