De kluis van de koster en de “scheerruimte”

De sacristiemeester, of koster bewoonde een cel die uit twee niveaus bestond. De “kluis” boven en de “rasure” (scheerruimte) beneden. In een gemeenschap waar de officies en gebeden het ritme bepaalden, vervulde de koster twee belangrijke functies: hij hield de tijd- en de dagindeling bij en was de bewaarder van de kerkschat. In dat opzicht was het jaar 1551 ongetwijfeld een zeer belangrijk jaar: in het kartuizerklooster werd een uurwerk met gewichten geïnstalleerd die de klok aandreef die zich in de klokkentoren van de kerk bevond. Vóór die tijd was men voor het regelen van het leven in de gemeenschap afhankelijk van methodes die minder zekerheid boden of die op rudimentaire technieken waren gebaseerd: het gekraai van de haan, de sterren, kaarsen, zandlopers, wateruurwerken, zonnewijzers of zelfs het ononderbroken opdreunen van psalmen. De koster zorgde ook voor het onderhoud van de liturgische meubels en het vaatwerk. De ruimte beneden werd “la rasure” genoemd (scheerruimte), omdat de monniken er werden geschoren. Men onderhield er de tonsuur, of kruinschering (symbool van de krans van Christus op het hoofd van de monniken). Dit alles verklaart het nut van het waterpunt (de put die zichtbaar is op de foto) op het binnenplein.

Cour du sacristin
 

 

 


Wat geschiedenis.
1084-1353 : BRUNO VAN KEULEN, DE KARTUIZERORDE EN HET KARTUIZERKLOOSER VILLENEUVE

In 1084 trok Bruno van Keulen, de latere Heilige Bruno, zich met 6 metgezellen terug in het Charteuser gebergte. Samen, ver van de wereld, vonden zij een compromis tussen leven in afzondering en in een gemeenschap, tussen contemplatie en de vervulling van materiële taken. Zij schiepen een nieuwe vorm van regulier leven. De regels* werden vastgelegd in 1127. Zo ontstond de orde van de kartuizers. Van het begin af aan was de gemeenschap gescheiden in twee groepen: de paters die zich in hun cel wijdden aan het gebed en de broeders die het materiële werk op zich namen. Dit zou een kenmerk blijven van deze orde.
De stichting van anders kartuizerkloosters volgde: Valbonne, Bonpas...
Het wekt geen verbazing dat zij buiten de steden zijn gevestigd. Villeneuve-lès-Avignon vormt daarop een uitzondering. Dit hangt samen met zijn geschiedenis die onverbrekelijk is verbonden met het pausdom van Avignon.

Voor 1353 was de Chartreuse van Villeneuve nog geen klooster, maar het paleis of de ambstwoning, vervuld van geloof, van een groot geestelijke, kardinaal Etienne Aubert.
In 1353 werd deze gekozen tot opperpriester onder de naam paus Innocentius VI en schonk hij de gebouwen aan de orde van de kartuizers.

St. Bruno par Nicolas Mignard
De heilige Bruno door Nicolas Mignard
Avignon, Museum Calvet.