De Dodenkapel

De dodenkapel is tijdens de tweede helft van de 18e eeuw herbouwd en grenst aan de muur van de tuin van de kosterassistent. De binnenplaats van de grote kruisgang diende gedeeltelijk als kerkhof. Het stoffelijk overschot van de overleden gelovige werd naar deze kapel gebracht om het te wassen volgens de Gewoonten (tekst opgesteld door Guigo, vijfde prior van het kartuizerklooster, waarin hij de leefregels van de kartuizers beschreef).

Het lichaam, gekleed en voorzien van de rozenkrans werd op een plank geplaatst ; daarop werden het habijt en de kap van de mantel gespijkerd. Na de plechtige mis, begaven de kartuizermonniken zich, met bedekt hoofd, onder klokgelui naar het kerkhof. Het stoffelijk overschot werd op een plank in een grafkuil neergelaten, als dat mogelijk was met het hoofd naar de kerk gericht. De officiant wierp een schep aarde in de kuil en de broeders en het huispersoneel dichtten het graf, terwijl de paters psalmen zongen. Op het graf werd een eenvoudig zwart houten kruis geplaatst. Tegenwoordig wordt deze kapel gebruikt voor de multimediale opstelling en de presentatie van de kapel met de fresco's.

Chapelle des morts