voor 1353

  •  La Chartreuse avant 1353

Kort na zijn benoeming als kardinaal in 1342, verwierf Etienne Aubert via een ruilverkaveling een dorstplaats die toebehoorde aan de abdij Saint André, en liet daar net als paus Clemens VI en een paar andere kardinalen zijn paleis bouwen. Dit rechthoekige paleis stond op de plaats van het huidige Sintjansklooster. Etienne Aubert werd in 1352 tot paus verkozen, noemde zich Innocentius VI en kocht een aantal aangrenzende stukken grond aan de oostzijde van zijn paleis. Hij bouwde er de Johannes de Doperkapel met een grote zaal (consistorie) die later refectorium werd voor de monniken (Tinel) en tegenwoordig schouwburgzaal is. Tussen het paleis en de kapel werd het woonverblijf van de paus gebouwd. De schilderingen in de kapel zijn van de in Viterbo geboren kunstenaar Matteo Giovannetti (van de school van Siena), die ook in het paleis van Avignon heeft gewerkt. Gedurende die periode werden ten noorden van het paleis de zogenaamde “pauselijke kelders” gegraven. De ingang van het paleis en de bijgebouwen bevonden zich aan de zuidkant in het gedeelte van het gebouw dat later “procureurswoning” werd genoemd.