1649 - 1973

  • La Chartreuse de 1649 à 1973
  • La Chartreuse - cloître
  • La Chartreuse - Tinel

HOOGTEPUNT, RIJKDOM, REVOLUTIE EN SECULERING (van geloofs- naar cultuurverbreiding)

Het kartuizerklooster bereikte zijn glorietijd en was het meest vermogende klooster van Frankrijk. Het bood onderdak aan een honderdtal bewoners waarvan 24 paters en 30 conversbroeders en een ongeveer even groot aantal dienstbodes en arbeiders. De rijkdom van de gemeenschap was af te lezen van de marmeren voorwerpen, de beeldhouwwerken en de wandversieringen.

In 1649 realiseerde de architect François Royers de la Valfenière een monumentale poort waarvan de bouw al vier jaar eerder was gepland. De barokke weelderigheid strookte ongetwijfeld niet met de geest van de kartuizers, maar weerspiegelde de stijl van die tijd en de geest van de contrareformatie. In 1660 doorschreed Lodewijk XIV, vergezeld van een lange stoet, deze poort met veel ceremonieel toen hij een bezoek bracht aan het kartuizerklooster. Aan de vooravond van de 18e eeuw, wachtten, met uitzondering van de dodenkapel die binnenkort bij de kruisgang van het kerkhof zou worden opgetrokken, alleen nog gebouwen met een eerder praktische dan religieuze functie op voltooiing: schuren, gastenverblijf, houtopslagplaats, ziekenruimte en de keuken voor het personeel. De Sintjansfontein werd van een koepel voorzien. Buiten barstte de storm van de revolutie los. Drie data volstaan om de ineenstorting samen te vatten van een wereld die vier eeuwen had standgehouden:

  - 14 februari 1790: opheffing van religieuze ordes.
  - eind 1792: vertrek van de kartuizers.

  - 27 mei 1793: te koop zetting van het klooster.
De landerijen en gebouwen die het kartuizerklooster toebehoorden, werden tot nationaal eigendom verklaard, in 17 kavels verdeeld en bij openbare veiling verkocht in Beaucaire op de eerste van de Hittemaand van het jaar II van de republikeinse kalender (19 juli 1794). De "schilderijen, fresco’s, marmeren en houten voorwerpen uit de kerk en belendende kapellen, de sacristie en het refectorium" werden van de verkoop uitgesloten. Aan deze opsomming moeten worden toegevoegd de 8500 boeken uit de bibliotheek, de muntenkast en andere rijkdommen die verspreid raakten en voor het merendeel verdwenen. Alleen de in 1791 opgemaakte inventarislijst laat de omvang zien van de (ambachts)kunstwerken die het kartuizerkloosteren rijk was. De 19e eeuw was voor het kartuizerklooster een periode van neergang en verval. De betreffende wijk van Villeneuve werd min of meer berucht. Bij zijn bezoek in 1834, merkt Prosper Mérimée het klooster niet eens op en interesseert zich alleen voor het graf van Innocentius VI en de schennis die dit had geleden: "vaten, olijfboomstammen en enorme ladders liggen opgestapeld in de kleine ruimte waar zich het mausoleum bevindt... De eigenaar van deze bouwval heeft de fundering uitgegraven om er een bergruimte van te maken.” Zijn rapport schetste een verpletterend beeld en was een noodkreet aan de staat om de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het behoud van het erfgoed. Het zou driekwart eeuw duren voordat zijn oproep gehoor vond.

De 20e eeuw kenmerkte het herstel van het monument. In 1909 bood de architect Jules Formigé de Commissie voor Historische Monumenten zijn "Rapport over het kartuizerklooster van Villeneuve-lès-Avignon" aan. Het was een nauwkeurige beschrijving, voorzien van documentatiemateriaal, die opriep tot actie. Die door de staat inderdaad ondernomen actie, strekte zich uit over bijna driekwart eeuw en kan in drie woorden worden samengevat: aankopen, restaureren, renoveren.
Kavel na kavel kocht de staat gronden en gebouwen aan van ongeveer driehonderd particuliere eigenaars die er gevestigd waren. Er kon worden begonnen met de restauratie die vandaag de dag nog aan de gang is. Het ontbrak dit opmerkelijke bouwwerk alleen nog aan een bestemming. Daarin werd voorzien in 1973 met de oprichting van het CIRCA (Centre National de Recherche, de Création et d’Animation), waarmee een ambitieus cultureel project werd gestart: van het kartuizerklooster een Franse Villa Médicis maken. Dit is het begin van een nieuwe geschiedenis waarvan u een overzicht krijgt onder het item C.N.E.S. (Centre National des Ecritures du Spectacle) van de website van La Chartreuse.