De tuin van de procureur

Voor de aanleg van deze tuin hebben de boekhoudregisters uit de 18e eeuw van een monnik, Dom Alexandre Perraud, geholpen bij het bepalen van de keuzes Deze monnik was een fervente liefhebber van tuinen. Hij kocht exotische planten (sinaasappelbomen, jasmijnen...), kweekte jonge boompjes op, maakte kunstbloemen en bereide bloemboeketten om weldoen(st)ers te bedanken... Deze tuin is nu beplant met mediterrane en exotische boomsoorten, verfijnde rozen en versierd met een perk van citrusplanten in grote terracotta vazen.

De sinaasappelboom: De oranjeboom werd in de 14e eeuw door Arabische kooplui in Europa geïntroduceerd. De monniken gebruiken de sinaasappels voor de bereiding van hun kruidkoek.

De vijgenboom: Adam nam een vijgenblad om zijn naaktheid te verbergen. De vruchten roepen de overvloed op van het beloofde paradijs.

De granaatappelboom: bekend in het Middellandse Zeegebied sinds de Oudheid. De granaatappelboom wordt geprezen in het Hooglied en symboliseert de eenheid van de Kerk. De vrucht staat voor eendracht.

De dadelpruimenboom of kakiboom en de magnolia zijn in de 19e eeuw aangeplant door dorpsbewoners die in het kartuizerklooster woonden na de Revolutie.

Jardin du procureur (2)